No. 1, 2009
redactioneel
informatiedingen
Max Bruinsma
[muis over de links voor citaten uit dit nummer van Items]
Hoe stellen wij ons de wereld voor? Als dingen of als informatie? Als je op de ontwikkelingen in de economie en het ontwerpen afgaat, moet je wel tot de conclusie komen dat het het laatste is. Informatie maakt of breekt markten, en informatie lijkt soms het enige dat telt bij het vormgeven van ook heel ding-achtige producten. Auto’s, bijvoorbeeld, zijn verzamelingen van visuele tekens geworden, die informatie geven over de 'uitstraling' van de wagen.
De functie die de vormgeving hier volgt is informatie, niet de constructie van het ding. Informatie is de obsessie van onze cultuur geworden. En al zijn er al jaren pessimisten die stellen dat we verzuipen in de data, er zijn altijd ook mensen die beweren dat we te weinig gegevens hebben om die conclusie te kunnen trekken. Als alle informatie over alles is samengebracht zal ons eindelijk het
licht op gaan. De behoefte om alles te willen weten omdat dat overzicht zal geven, lijkt op die van de geograaf die een landkaart op
schaal 1 op 1 wilde maken.
In het tijdperk van analoge media een absurde gedachte, maar nu de wereld uit informatie bestaat en niet meer uit dingen kunnen we het ons ineens voorstellen: een 1 op 1 kopie van alle informatie over alles, maar nu zo gelinkt dat er een overzicht ontstaat dat we eerder niet konden zien. Het lijkt een utopie. In feite, echter, is het de opdracht van ontwerpers geworden om al die informatie niet zozeer samen te voegen maar zo te filteren dat we door de bomen het bos weer zien. Ontwerpers worden opnieuw aangesproken op wat al sinds de uitvinding van hun vak, anderhalve eeuw geleden, hun
core business was: redactie. Het relatief nieuwe woord ‘datavisualisatie’ zegt iets over het belang van redactioneel ontwerpen – gegevens goed visualiseren betekent ze in een structuur gieten die het de lezer mogelijk maakt er patronen in te
herkennen.
Maar het zegt ook iets over de hedendaagse cultuur. Nieuwe technologieën van datavisualisatie zijn zoiets als wat het centraal-perspectief zes eeuwen geleden was: een nieuwe manier om naar de bekende omgeving te kijken. De beeldtalen die in dit kader worden ontwikkeld zijn evenmin objectief als die Renaissancistische blik op de wereld het was; ze zijn uitvloeisel van hoe we
de wereld ervaren. In de wereld die niet meer uit dingen maar uit informatie bestaat, wordt vaak gedacht dat het goed is om zoveel mogelijk verbindingen te leggen tussen
zoveel mogelijk bronnen van informatie. En vervolgens niet die informatie zelf, maar de verbindingen te visualiseren. Maar wat zegt het dat iemand 100.000 vrienden heeft op Hyves? Dat hij verbindingen heeft weten te leggen. De vraag stellen naar wat die verbindingen waard zijn of betekenen, lijkt aan te geven dat je het niet begrijpt – de links
zijn de betekenis.
Het is voor ontwerpers een lastige opgave geworden: het verschil tussen vormgeven aan wat we kunnen weten en wat we willen weten lijkt soms heel klein, maar is essentieel. Ontwerpen die de gebruikers ervan in staat stellen informatie uit te wisselen en bij elkaar te brengen, zijn een vorm van redactioneel design, die nieuwe en
belangwekkende betekenis kan genereren. Vormgeving die er vooral op gericht is om wat we al denken te weten te bevestigen, kan beschouwd worden als een cultuuruiting die misschien interessant is om te analyseren, maar die ook zeer kritisch moet worden gevolgd. In de bevestiging ligt de kiem van een allesdoordringend stijlvoorschrift – de
dictatuur van de grootste gemene deler.
Toen
Items ruim een kwart eeuw geleden werd opgericht, was het de uitgesproken bedoeling van het blad om het ontwerpen te zien als een functioneel veld, met een cultureel en maatschappelijk nut. De internationale contexten die die begrippen – functioneel, cultureel, maatschappelijk – mede bepalen, zijn in de tussentijd meermaals veranderd, en
Items is meeveranderd. Maar wat niet is veranderd, ook nu het blad opnieuw een radicale
metamorfose ondergaat, met een nieuwe hoofdredacteur, is het belang dat
Items aan die termen hecht.
Blijvend is ook de inzet om ze als integrerende leidraad te gebruiken bij het kritisch volgen van alle ontwerpdisciplines. Dat de wereld tegenwoordig uit informatie lijkt te bestaan en niet meer uit dingen zal ons er toe aanzetten die twee termen opnieuw te verbinden; informatie als ding en objecten als informatie te begrijpen.
Max Bruinsma